Uit het sprookjesbos bij Bovenkerk

Vanaf het fietspad richting Amstelveen ziet de dubbele spoorwoning in Bovenkerk eruit als een attractie uit een of ander openluchtmuseum. Of het sprookjesbos uit de Efteling. De huizen liggen mooi in het groen, goed zichtbaar vanaf de weg maar tegelijkertijd onbereikbaar afgeschermd door een halfhoog hek. Voor en achter de huizen ligt een spoor, dat zich enkele tientallen meters ervoor heeft gesplitst. Naast het huis ligt nog een derde spoorbaan. Dat wil zeggen: de resten ervan. De rails en bielzen zijn allang verdwenen, maar het lage spoordijkje is nog mooi gaaf.
De spoorwoningen zelf, verenigd onder één pannendak, maken het openluchtmuseumsfeertje helemaal af. Samen vormen ze een soort pendule, een doormidden gesneden Goudse kaas, maar dan ietwat afgeplat en witgeverfd. Alle ramen en deuren zijn versierd met zwarte, rechtopstaande stenen en de pannen op het dak glinsteren opvallend, zelfs in het zwakke licht van de winterzon.
Eén ding bederft het museale effect een beetje: de staat van onderhoud van de huizen verschilt hevig. De zuidelijke helft van de dubbele woning ziet eruit als om door een ringetje te halen: de gevel is blinkend wit en het houtwerk staat strak in de lak. Van het noordelijke deel bladdert de verf van de muren. De kozijnen zijn op sommige plekken rot en de panelen laten los van de deuren. Ook in en om het huis oogt alles oud en versleten. Het ziet er uit als de helft van het doormidden geknipte truitje uit de oude Dreftreclames, dat in het verkeerde wasmiddel is gewassen.
Ooit zagen beide helften er zo versleten uit, zo valt op te maken uit de woorden van Bernadette Blom, bewoonster van het opgeknapte deel. ,,Toen we hier vijftien jaar geleden voor het eerst kwamen kijken, was het huis helemaal dichtgetimmerd. Het was al vijf jaar niet meer bewoond. De Nederlandse Spoorwegen, die het toen nog bezaten, wilden het vermoedelijk slopen. Ze wachtten tot de bewoners van het andere deel vertrokken. Toen die gewoon lekker bleven zitten waar ze zaten, besloten ze de boel te verkopen.”
Bernadette Blom liet zich niet afschrikken door de dichtgetimmerde ramen. ,,Mijn eerste man en ik moesten vanwege bouwplannen weg uit ons andere huis. We waren op zoek naar iets in de buurt met lekker veel ruimte, waar hij zijn geiten kwijt kon. Dat was er hier wel. Weliswaar zat er officieel maar een paar meter grond bij het huis, maar het terrein erachter mochten we gebruiken. In ruil voor het onderhoud van het spoorterrein mocht mijn man er zijn dieren laten lopen.”
Het eerste bezoek aan het spoorhuis herinnert ze zich nog levendig. ,,De sleutels van het huis waren er niet meer. We moesten door een raam naar binnen klimmen. Hoewel het binnen vreselijk verwaarloosd was, was het een goed huis. We hebben een bouwkundige meegenomen die alles heeft nagelopen, en hij zei dat het er aan het casco van het huis weinig mankeerde.”
De Bovenkerkse spoorwoning is in de loop der jaren grondig verbouwd. Volgens haar is er binnen vrijwel niets meer dat aan de oude tijd herinnert. Tijdens een rondleiding door de woning is echter nog opmerkelijk veel te herkennen van de originele indeling. Er zijn een paar muren verdwenen en wat kamers samengetrokken, maar het oude grondplan is nog grotendeels in tact. De oude schouw, om maar wat te noemen, staat nog precies op dezelfde plek.
De bovenverdieping lijkt zelfs nog bijna authentiek – hoewel de muren zijn gesausd in kleuren die de Spartaanse interieurontwerpers van toen oogverblindend frivool moeten hebben gevonden. En goed, ook de moderne badkamer zullen ze niet hebben herkend, want aan dat soort voorzieningen deden ze in die tijd nog niet. ,,We hebben hier niet heel veel doorgebroken”, geeft mevrouw Blom toe. ,,Hierboven, op zolder, hebben we de boel wel aangepakt. Dat was een min of meer loze ruimte. Het is nu de logeerkamer voor de kleinkinderen. Moeten ze niet te snel gaan groeien, want het is er vrij laag.”
Mevrouw Blom zou haar huis graag uitbreiden met een serre. De gemeente heeft het huisje echter tot monument verklaard waardoor ze er buiten niets meer aan mag veranderen. ,,Dat vind ik aan de ene kant jammer, want we kunnen de ruimte er best bij hebben. Het blijven betrekkelijk kleine huizen. Maar ik begrijp het wel. Het is een prachtige woning. Een schitterend huis op een schitterende plek. Het zou zonde zijn als dit ooit zo maar zou verdwijnen.”

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s