Het behouden spoorhuis

Op de eenvoudige vraag ‘Heeft u veel aan het huis verbouwd?’ heeft Hans Kloosterman een even eenvoudig antwoord: ‘Alles’.
Vervolgens wacht hij eventjes en voegt er dan aan toe: ,,En ik heb ook alles zélf gedaan. Met hulp van mijn vrouw, mijn vrienden en mijn kinderen soms. Maar het meeste deed ik zelf. Ik ben wel handig. Ik moest ook wel, want anders was het niet te betalen.”
Het resultaat van het werk van Hans en zijn vrouw Liesbeth Kloosterman is niet te missen in Roelofarendsveen. De helwitte woning is een blikvanger in de Narcisstraat. ,,Mensen weten ook onmiddellijk waar je woont”, zegt Hans Kloosterman. ,,Het spoorhuis, ja, dat kennen ze hier allemaal wel.”
In Noord-Holland zijn aardig wat spoorwoningen langs de lijn Hoofddorp-Leiden bewaard gebleven. Langs het Zuid-Hollandse deel is de spoorwoning in Roelofarendsveen de enige overlevende. En het had weinig gescheeld of ook dit huis was verdwenen. Zo’n zestien jaar geleden wilde de gemeente Alkemade, de toenmalige eigenaar van spoorwoning 24, ook dit gebouwtje tegen de vlakte gooien.
Kloosterman: ,,Dat de gemeente daaraan dacht, was niet zo vreemd. Dit huis was toen compleet uitgewoond en hopeloos vervallen. Volgens mij was er sinds de bouw in 1910 niets meer aan gedaan. Er was niets in dit huis, werkelijk níets. Geen elektriciteit, geen gas. Er was zelfs geen normaal toilet. Je moest op zo’n ouderwetse poepdoos gaan zitten. Er was wel water, ja. Eén kraantje in de keuken. Dat was alles.”
De Stichting Oud Alkemade wilde echter niet dat ook dít spoorgebouwtje verloren ging – alleen al in deze gemeente zijn sinds 1936 drie stationgebouwen en twee spoorwoningen tegen de vlakte gegaan. De stichting stelde voor om het aan haar over te doen, waarna ze het zou ombouwen tot museum. ,,Maar dat bleek veel te duur”, zegt Kloosterman. ,,Bovendien was het te klein. Maar de actie van Oud Alkemade overtuigde de gemeente wel om het gebouwtje toch maar te sparen.”

Spoorwoning 24 ging in 1990 in de verkoop. De Kloostermannen deden het op twee na hoogste bod. Toen de bieders boven hen om uiteenlopende redenen afvielen, konden ze aan de slag. Hans Kloosterman: ,,We hebben alles eruit gesloopt. Alleen de buitenmuren zijn blijven staan. Dat was ook de voorwaarde die de gemeente stelde – het uiterlijk mocht niet worden veranderd. Maar binnen hebben we feitelijk de hele boel van de grond af aan opnieuw opgebouwd.”
Omdat Kloosterman alles zelf deed, heeft de verbouwing uiteindelijk twee jaar geduurd. ,,Ik ben elke avond en elk weekeinde aan het klussen geweest. Ik kwam gemiddeld zo tegen half vijf uit mijn werk. Dan gaf ik de kinderen een aai over hun bol, schoof mijn eten naar binnen, en ging tot half tien, tien uur ’s avonds aan het werk. Dag in, dag uit.”
,,Alleen tijdens de kerst nam je vrij”, vult zijn vrouw aan. ,,Dat is waar”, geeft Kloosterman toe. ,, Maar verder heb ik geen dag overgeslagen. Of ik dat niet vervelend vond? Eerlijk gezegd niet. Ik vind klussen heel leuk. Dat moet ook wel, anders hou je dit niet vol. Eén keer heb ik wel een inzinking gehad, toen er een paar dingen tegen zaten bij het storten van de vloer. Op dat moment dacht ik voor het eerst: waar ben ik aan begonnen? Maar ook dat ging weer voorbij. O ja, ik heb nog een heupoperatie gehad in die periode. Maar zodra ik weer een beetje op de been was, ging ik aan de slag. Met krukken en al.”
Kloosterman haalt vier vuistdikke fotoboeken tevoorschijn waarin hij het werk minutieus heeft vastgelegd. Plaatje voor plaatje verandert het huis van een tamelijk verrot ogend krot in een kaalgeslagen bouwplaats, en vervolgens naar de fraaie stadsvilla die het nu is.
,,Ik denk dat we er goed in zijn geslaagd om alles zo veel mogelijk in de oude stijl te laten. De vensters hebben, om maar wat te noemen, nog steeds die kleine ruitjes. We hebben er een aanbouw aan gemaakt, want we hadden echt meer ruimte nodig, maar die heeft precies dezelfde vorm, dezelfde verhoudingen en dezelfde materialen als de rest van het huis. Ik denk dat de meeste mensen niet eens zien dat het een aanbouw is.”

Kloostermans inspanningen werden door de Alkemadese gemeenschap gewaardeerd. De opening van zijn huis, in september 1992, werd verricht door een wethouder. Het jaar daarop kregen hij en zijn vrouw voor de restauratie van het oude spoorpand de Oud Alkemade prijs.
De jaren daarna is hij echter gewoon doorgegaan met klussen, zij het in een wat lager tempo.
,,We hebben het dak vervangen, uiteraard met hetzelfde soort glimmende pannen, en we hebben een garage gebouwd. Ook precies in dezelfde stijl als het huis. Dit jaar wil ik het vochtprobleem rond het huis definitief onder controle krijgen. Dat was in het begin heel erg. Het is nu een stuk beter, maar ik wil het helemaal weg hebben. Dat gaat me lukken. Verder heb ik niet zo veel plannen meer. Wat ik doe, is gewoon, normaal onderhoud. Het is een prachtig huis nu, en dat willen we graag zo houden.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s