Eenigszins smakelijke geveltjes tegen de woningnood

Een van de grootste, maar tegelijkertijd onopvallendste bouwwerken die hun bestaan aan de Haarlemmermeerlijnen hebben te danken, ligt in Hoofddorp. Het is een gedeelte van de Parklaan, een straatje met een ietwat overdreven naam. `Parklaan´ roept het beeld op van een brede weg, rijk voorzien van bomen en groen met statige huizen aan weerszijden. Dat valt tegen in Hoofddorp. Er staat weliswaar een flink aantal bomen, maar rustiek is de straat niet te noemen. Echte herenhuizen zijn er niet en het eenrichtingverkeer dat er geldt, heeft de gemeente echt niet voor niets ingesteld. Een park is trouwens ook in geen velden of wegen te bekennen.

De geschiedenis heeft het straatje een streek geleverd, blijkt uit de woorden van de Hoofddorpse historicus Cor Wies. ,,Die straat heette zo omdat burgemeester Slob ooit een groot park wilde aanleggen in het verlengde ervan. De weg werd alvast Parklaan gedoopt, maar het park zelf is er nooit gekomen.’’

Maar goed, wat heeft de Parklaan met het spoor te maken? Daarvoor geeft wijlen Jos van Andel, een andere historicus uit de polder, een aanwijzing in zijn boek ‘De Meer van weleer’. Volgens Van Andel ontstond er in 1912 na de aanleg van de Haarlemmermeerlijnen grote woningnood in Hoofddorp. Hij haalt in zijn boek de plaatselijke krant De Meerbode aan, die de stormloop beschrijft op de laatste paar leegstaande of leegkomende huizen. Vanwege de woningnood stuurde de HESM zo veel mogelijk ongehuwd personeel naar Hoofddorp. De maatregel was echter onvoldoende. De logementen puilden uit en er werd op grote schaal alternatief onderdak gezocht. ‘Het gezin van een beambte woonde in bij een arbeider’, citeert Van Andel uit De Meerbode. In die tijd, waarin sociale klassen vrij scherp gescheiden waren, moeten de lezers de rillingen over de rug zijn gelopen.
De medewerkers van de nieuwe spoorweg waren de woningnood en de hoge huurprijzen al snel zat. Nog voor de opening van de lijn bespraken ze de oprichting van een coöperatie, om zo hun eigen huurwoningen te kunnen bouwen. De gemeente Haarlemmermeer had oog voor de problemen. Ze kocht in augustus 1912 een lap grond van 185 meter lang en 12 meter breed voor de zo dringend gewenste dorpsuitbreiding. Het was een terrein aan de Hoofdweg-oostzijde, parallel aan het spoor. De gemeente wilde dit in zijn geheel of in gedeelten doorverkopen aan exploitanten. Het moesten huizen worden met ‘eenigszins smakelijke geveltjes’ maar wel met een huur van hoogstens 2,50 gulden. Het gemeentebestuur wilde daarom ook niet te veel voor de grond vragen, bang dat er anders niemand was die aan alle eisen kon voldoen.

In 1914 kocht de Haarlemse aannemer Dirk Bruijn het hele terrein en zette er twaalf dubbele woningen neer. Dat rijtje huizen staat er nog steeds, aan de Parklaan dus. Vooral op oude foto’s – toen de woningen nog volledig authentiek waren – is goed te zien dat er een behoorlijk standsverschil in de huizen is aangebracht. De eerste vijf dubbele woningen – geteld vanaf de Hoofdvaart – zijn eenvoudige stulpjes met een klein dakraampje. Vervolgens komt er één met een klein dakkapelletje, twee met een wat groter dakkapelletje, twee huizen met een grote gezamenlijke uitbouw op het dak en twee huizen met een nog grotere, maar nu individuele uitbouw. Op die oude foto`s is trouwens ook goed te zien dat aan de eis om leuke geveltjes neer te zetten, door Bruijn keurig is voldaan.

Welk soort werknemer in welk soort huis woonde, is op te maken uit gegevens die Cor Wies uit de burgerlijke stand van Haarlemmermeer heeft gevist. In een van de kleine huisjes streek in 1919 de machinist Cornelis de Heer neer. In een van de op een na grootste huizen nam twee jaar later Simon Wilhelm Heintjes zijn intrek, schrijver bij de spoorwegen.

Een kleine eeuw na de bouw is er aan elk huis wel iets veranderd. Er zijn uitbouwtjes gekomen en vooral veel nieuwe dakkapellen. ,,Bij ons is er ook zo’n drie meter aangebouwd’’, zegt Ria Kemp, een van de bewoners van de ‘middelgrote’ Parklaanhuizen. ,,Die ruimte heb je echt nodig. Een van de huizen naast ons, was tot twee jaar geleden nog origineel. Daar kon je goed zien hoe eenvoudig ze eigenlijk waren. Een kleine woonkamer, een piepklein keukentje, een poepdoos aan de achterkant en geen badkamer. Bij ons was alles gelukkig al verbouwd en uitgebreid. Dat hoefden we niet meer zelf te doen.’’

Ria Kemp is trots op de Parklaan, dat ze ‘een van de mooiste stukjes van Hoofddorp’ noemt. ,,Ik vind het een prachtige, historische straat, juist door die spoorhuizen. En historische straatjes, daarvan heb je er niet zoveel in Hoofddorp.’’ Haar waardering voor de geschiedkundige kanten van haar omgeving heeft ze overigens niet van een vreemde, want ze is de dochter van Jos van Andel. ,,Mijn vader heeft me veel verteld over de achtergronden van deze huizen’’, zegt Kemp. ,,Waarom ze zijn gebouwd en waarom ze juist hier zijn gebouwd. Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar dit was toen de rand van het dorp. Hierachter was allemaal boerenland. Wat ik alleen niet begrijp, is waarom juist de eenvoudigste huizen het dichtst bij het station zijn neergezet. De lagere medewerkers hoefden zo het minst te lopen. Je zou het juist andersom verwachten, want voor de hoger geplaatsten werd alles toen zo makkelijk mogelijk gemaakt. Wat was het idee erachter? Mijn vader zou het vast wel geweten hebben, maar dát heb ik hem nooit gevraagd.’’

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s