De wildernis rukt op naar Station Aalsmeerderweg

De tijd is niet genadig geweest voor station Aalsmeerderweg. De gevel is groezelig, grauw en uitgeslagen. Overal zijn scheuren te zien in de witte pleisterlaag. Het verfwerk is gebarsten en hier en daar al verdwenen. Het hout eronder is grijs en vezelig. Nog even, en het begint weg te rotten.
Het hout onder de dakgoot is al aan het vergaan en het houten schuurtje naast het stationnetje stort bijna in. Voor een erkertje, dat duidelijk dienst doet als opslagplaats voor de meest uiteenlopende rotzooi, ligt een plaat asbest los in het gras. Naast een schoorsteenpijp groeit gras. Maar het pannendak zelf ziet er, vergeleken met het verval elders, nog opmerkelijk goed uit.
Het paadje naar de voordeur bestaat uit versleten asfalt. Het liep ooit door naar het spoorhuisje bij het station. Het is inmiddels verdwenen, zoals zo veel in het buurtschap Rozenburg.
Achter een van de ramen prijkt een bordje. ‘Dit pand wordt tijdelijk bewoond’. Een van die tijdelijke bewoners, Danny Pieplenbosch, is bereid een rondleiding te geven. Hij geeft er wel onmiddellijk een grote ‘maar’ bij: veel kennis van het huis heeft hij niet. ,,Ik weet bijvoorbeeld pas sinds kort dat dit ooit een stationnetje is geweest.”
Binnen blijkt de boel tamelijk ongerept, al ziet het er ook hier behoorlijk verwaarloosd uit. De oude indeling is grotendeels bewaard gebleven en overal zijn originele details aanwezig, zoals de lichtbewerkte, brede kozijnen, de ondiepe kasten, de stenen dorpels en de vloeren met kleine zwart-wit geblokte tegeltjes. De enige grote aanpassing is eigenlijk de schrootjeswand, die het huis in tweeën verdeelt. ,,De boel is gesplitst. Hiernaast is nog een woning”, legt Pieplenbosch uit.

Hoewel verwaarloosd, oogt het stationnetje nog steeds heel degelijk. Het is er vochtig, maar dat is vooral te wijten aan de kelder, die vol water staat. ,,Ik heb geen idee hoe dat komt. De verwarming lekt weliswaar, maar dat kan nooit zo’n grote plas opleveren”, zegt Pieplenbosch. Later, als hij door de tuin langs de achtergevel wandelt, ziet hij dat een paar houten platen van een rooster zijn afgewaaid. ,,Zou het water hierdoor naar binnenkomen? Maar even goedleggen dan.”
De achtertuin wekt niet de indruk dat het een veelgebruikt onderdeel van het perceel is. De wildernis is er werkelijk enorm. Tussen het gras schieten de nazaten van de om het huis staande bomen omhoog. Het gras is duidelijk al een jaar of wat niet gemaaid en overal staan kratjes met wat onduidelijke, maar kennelijk in onbruik geraakte spullen. In een hoekje ligt een dode haas die nog maar net is ontdekt door de vliegen.
Het station ziet er aan deze kant wel een stuk interessanter uit. Er hangt, ondanks de omgeving, zelfs iets van de oude grandeur die bij dit soort stationnetjes hoort. De gevel is nog opmerkelijk gaaf. Bijzonder zijn ook de geglazuurde bakstenen waarmee op een eenvoudige, maar stijlvolle manier de naam van het station is aangegeven: ‘Aalsmeerderweg’.
In het gras blijkt nog steeds een deel van het oude perron te liggen: een soort verhoging, met een rand van witte en grijze stenen. De lust om erop te gaan staan, de rommel en de wildernis weg te denken en even te fantaseren hoe de trein hier zeventig jaar geleden sissend en ratelend tot stilstand kwam, is nauwelijks te bedwingen.
De wildernis in de achtertuin, en dan vooral het oerwoud een stukje verderop, blijkt een populair oord, vertelt Pieplenbosch. ,,Het is een boomgaard, waarvan veel mensen kennelijk weten dat die niet meer wordt beheerd. Als het oogsttijd is, rijden ze gewoon met auto en al het pad op om de appels en de peren te plukken. Ik vind het best, als ze maar niet mijn eigen auto klem zetten.”
En verder zijn er nogal wat spotters die het zicht op de Kaagbaan vanuit de achtertuin kennelijk erg verleidelijk vinden. ,,Een tijdje geleden stond er een auto met mannen die urenlang naar de vliegtuigen keken. Echt urenlang. Ook een manier om je dag door te brengen.”
Wat er met het stationnetje in de toekomst gaat gebeuren, weet Pieplenbosch niet. En de eigenaar van het pand, de provincie Noord-Holland, ook niet. Een woordvoerster doet haar best de toekomstige bestemming te achterhalen, maar blijft na enig speurwerk met lege handen staan. ,,Er is kennelijk nog niet besloten wat er met het gebouw gaat gebeuren”, meldt ze. Eén geruststelling heeft ze wel: ,,Snelle sloop is zeker niet aan de orde.”
Waarom de provincie het station überhaupt in haar bezit heeft, is haar niet duidelijk. ,,Het is al een halve eeuw geleden gekocht. Waarom dat toen is gebeurd, heb ik niet kunnen achterhalen.”

Advertenties

One thought on “De wildernis rukt op naar Station Aalsmeerderweg

  1. Pingback: De vrolijke potpourri van stations langs de Haarlemmermeerlijnen « Sporen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s