De Haarlemmermeerlijnen op 1:87,5

Zo veel jaar na de opheffing, wordt er op verschillende plekken nog altijd flink gewerkt aan de gebouwen en emplacementen van de Haarlemmermeerlijnen. In Hoofddorp bijvoorbeeld, en in Haarlem. Maar ook in Amsterdam, Leiden, Amstelveen, Aalsmeer en, ach.. waar eigenlijk niet.

De bouwwerkzaamheden zijn aanzienlijk kleinschaliger dan in 1910-1915 en beperken zich deze keer vooral tot zolders, studeer- en huiskamers. Miniatuurbouwers herscheppen daar de meest in het oog springende gebouwen van de Haarlemmermeerlijnen op schaal 1:87,5.

Hans Verlint uit Leiden en Kees Boskamp uit Amstelveen bouwen er de stationsgebouwen uit hun woonplaats na. De Amsterdamse Modelspoor Club heeft zich op het spoor in en rond Vijfhuizen gestort, al kunnen de leden hun werk even niet tonen omdat alles vanwege de verhuizing van het clubhuis is opgeborgen. Lars op ’t Hof uit Hoofddorp en Haarlemmer Joop Bluys hebben, los van elkaar, onderdelen van het emplacement Hoofddorp nagebouwd.

De laatsten zijn geen van beiden klaar met hun project, voor zo ver het werk van een miniatuurbouwer ooit echt afkomt. Bluys: ,,Je blijft naar perfectie streven. Het kan altijd wel weer iets fijner en mooier dan je het aanvankelijk hebt gedaan.” Op ’t Hof heeft inmiddels, na drie jaar bouwen, de Hoofddorpse locomotiefremise, de loswal in de paralleltocht en delen van het baanvak op het Hoofddorpse emplacement klaar. Ook de oude spoorbrug over de Hoofdvaart is voltooid. De gebouwen er tussenin, station Hoofddorp en spoorwoning 7 zijn echter in verschillende staten van voorbereiding. Het aangrenzende terrein van de conservenfabriek Blad en Van de Vijver staat eveneens op zijn verlanglijst. ,,Mijn doel is om het hele Hoofddorpse emplacement na te bouwen. Niet dat ik dat in zijn geheel in mijn werkkamer kwijt kan, maar ik kan in elk geval telkens verschillende stukken laten zien.”

De drijfveer van Op ’t Hof is een mengeling van bouwlust en historische belangstelling. ,,Op een gegeven moment ontdek je wat er allemaal is verdwenen in Hoofddorp en krijg je zin om het weer terug te halen.” Hij streeft bij zijn reconstructie naar een hoge graad van nauwkeurigheid. ,,Het moet eruit zien zoals het is geweest en het moet ook op de juiste plek staan.” Zijn miniaturen baseert hij op bouwtekeningen en een plattegrond van het emplacement uit het gemeentearchief van Haarlemmermeer. Aan de hand van oude foto’s probeert hij de details zo goed mogelijk in te vullen. ,,Dat valt soms niet mee”, legt hij uit. ,,Zo duidelijk zijn die oude foto’s vaak niet. Van sommige onderdelen, van de zijkant van de remise bijvoorbeeld, zijn helemaal geen foto’s bekend. Wat daar heeft gestaan, moet ik een beetje gokken. Maar ook dat probeer ik zo verantwoord mogelijk te doen.”

Hij wijst naar de loswal naast de remise. ,,Op de plattegrond van het emplacement staat precies waar hij lag. Maar er zijn verder geen tekeningen, geen foto’s, helemaal niets. Ik heb daarom gekeken naar andere loswallen, waar wel foto’s van zijn, en vervolgens aangenomen dat hier hetzelfde materiaal is gebruikt.”

Op ’t Hof probeert zijn miniatuuremplacement zo levensecht mogelijk te maken. De remise is daarom ook lekker vuil en beroet: de walm van de stoomlocomotieven heeft zijn spoor nagelaten boven de ingangen van de loods. Het terrein is verder bezaaid met miniatuurkooltjes en zwart gruis en zelfs de seinpalen en de rails roesten natuurgetrouw. Toch heeft het nabootsen van de werkelijkheid ook voor Op ’t Hof zijn grenzen. ,,Er zal heus wel ergens een wisseltje verkeerd liggen. Niet alles is op kaarten terug te vinden. Op een gegeven moment geloof je het ook wel.”

Op het emplacement staan ook treinen: nauwkeurige, vaak zelfgebouwde replica’s van locomotieven en wagons die ooit op de Haarlemmermeerlijnen hebben gereden. Veel beweging krijgen ze echter niet. Op ’t Hof: ,, Ik ben een bouwer, geen rijder. Je hebt mensen die het fantastisch vinden treinen rond te laten rijden op ingewikkelde, computergestuurde spoorbanen. Dat trekt mij niet zo.”

Joop Bluys’ treinen krijgen iets meer beweging, maar dan wel – hij geeft het zelf onmiddellijk toe – in een historisch iets minder verantwoorde omgeving. Station Hoofddorp ziet er natuurgetrouw uit, zeker. Het stoomgemaal Cruquius trouwens ook. Maar die twee gebouwen staan toch echt niet in elkaars directe nabijheid.

,,Ik wil dingen nabouwen, maar die moeten wel een kop en een staart hebben”, zegt Bluys. ,,Je moet een rondje kunnen rijden. Op zo’n stuk Haarlemmermeerlijn kan dat natuurlijk niet, of je moet de baan echt gigántisch maken. Dus moet je kiezen. Ik heb de gebouwen zo exact mogelijk nagemaakt, maar de rest van de baan is een beetje fantasie.”

Bluys – die in Haarlem op een steenworp afstand woont van het oude tracé – heeft station Hoofddorp nagemaakt van de originele bouwtekening. ,,Daar kwam ik heel simpel aan. Eén telefoontje naar het gemeentearchief in Hoofddorp en ik kreeg het binnen een paar dagen netjes thuisgestuurd. Het gemaal Cruquius was lastiger. Daar had ik geen bouwtekeningen van. Dat heb ik, met vallen en opstaan, aan de hand van foto’s en eigen schetsen helemaal zelf moeten reconstrueren.”

Ook station Hoofddorp heeft hij talloze malen gefotografeerd om de details goed te krijgen. ,,Hoewel ik daar ook grenzen heb getrokken. De speciale tegeltjes boven de ramen en deuren heb ik maar weggelaten. Dat gaat me te ver.” Het oude station krijgt over niet al te lange tijd gezelschap van een ander gebouw op het Hoofddorpse emplacement: de locomotiefremise. ,,Ik heb de tekeningen daarvoor gekregen van Lars op ’t Hof. Leuk. Ik kijk er erg naar uit.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s