Afzien en genieten van niets langs nergens

In Leiderdorp weten ze hoe ze de Haarlemmermeerlijnen moeten eren. Het appartementencomplex vlak na de brug over de Zijl  de vervanger van de oude stalen spoorbrug op die plek  heet de Locomotief. Zelfs in het ontwerp komt het spoorverleden terug, beweerde de projectontwikkelaar ooit in het Leidsch Dagblad. Volgens hem is het net alsof de Locomotief een stel wagonnetjes de brug over trekt. Er is wat fantasie voor nodig om in een rij blokkendozen een trein te herkennen, maar vooruit, het is een leuke verwijzing naar het spoor.
De weg die langs de Locomotief loopt is eveneens een mooi eerbetoon. Sinds 2005 heet het Leiderdorpse deel van de provinciale weg N445 de Oude Spoorbaan’. Enkele straatnaamborden maken mensen die niet zo thuis zijn in de spoorweggeschiedenis duidelijk naar welke baan wordt verwezen: Spoorlijn Leiden  Haarlemmermeer 1912-1935′. Het is een prima naam, want de weg is inderdaad boven op de oude spoordijk aangelegd.

De provincie Zuid-Holland greep na de opheffing van de Haarlemmermeerlijnen snel haar kans. Het tracé was, hoe men het ook wendde of keerde, een uitstekende verbinding tussen Haarlemmermeer en Leiden. Al in 1938/1939 maakten de rails plaats voor een gewoon wegdek.
Ruimte voor wandelaars en fietsers was er echter niet op de voormalige spoordijk, en geld om daar verandering in aan te brengen evenmin. De N445 is daarom een tamelijk kale bedoening. Er is een autoweg met twee rijbanen, en verder niets. Nou goed, er ligt nog een berm langs. Maar het is alleszins af te raden daarin te voet op zoek te gaan naar resten van het spoor.
De berm is steil, vaak glibberig en soms belachelijk smal. Het drukke verkeer op de N445 scheurt bovendien akelig dichtbij langs. Verder kan het hoge gras verraderlijk vochtig zijn. Een beetje ochtenddauw of een klein miezerbuitje, en een wandelaar is al na twee stappen tot over de knie doorweekt en kan, nog drie stappen verder, zijn schoenen waarschijnlijk voorgoed afschrijven.
De meest comfortabele manier om een speurtocht uit te voeren op deze provinciale weg, is toch per auto. Niet uit een rijdende wagen, wel te verstaan  een chauffeur moet wel erg koelbloedig zijn wil hij met 80 kilometer per uur op deze van vrachtwagens vergeven weg rustig enkele details kunnen bestuderen – maar netjes aan de kant. De provincie heeft namelijk om de paar honderd meter parkeerplaatsen aangelegd, waar een automobilist even kan stilhouden.
Het loont op zichzelf de moeite om daar rond te kijken, want dit stukje provinciale weg loopt door een fantastisch landschap. De A4 zorgt in de verte weliswaar voor wat horizonvervuiling, maar voor de rest zien de polders eruit zoals Hollandse polders er al eeuwenlang uitgezien moeten hebben. Groen en weids, met talloze kleine houtwallen en zwermen watermolens. Enkele kerktorens prikken als punaises kleine dorpjes aan de horizon vast. In de oude spoorsloot bloeien prachtige waterplanten en de geluiden van de weidevogels laten zich zelfs door het passerende verkeer niet verdringen.
Daar in de berm van de Haarlemmermeerlijn wordt echter ook wel duidelijk waarom de lijn tussen Leiden en Hoofddorp ooit tot de meest verliesgevende van Europa behoorde. Rijpwetering mag de geboorteplaats zijn van Joop Zoetemelk, het was en het is een klein dorp. Net als alle andere dorpjes in de buurt. De lijn ging van niets langs nergens.

Hoewel de spoordijk vrijwel onaangetast is, is er van de oude spoorbruggen niets meer terug te vinden. De typische bruggenhoofden, meters brede blokken, zijn allemaal vervangen door massieve verkeersbruggen. Misschien dat de bruggenhoofden er nog zijn, verzwolgen door vele tonnen beton, maar er is in elk geval niets van te zien.
Toch zijn ook in de verlaten polder nog altijd subtiele resten van het spoor terug te vinden. Tussen Leiden en Rijpwetering, ergens bij hectometerpaal 4,4, staat een stevig hek langs een toegangspaadje. De staanders van dat hek zijn gemaakt van, inderdaad, spoorbielzen. Ze zijn na 70 jaar in de regen hevig verweerd. De gaten voor de spoorspijkers en de inkeping voor de rails zijn echter nog duidelijk te zien.
Deze bielzen zijn niet de enige die behouden zijn gebleven. Ook op andere plekken, verderop langs de route en verder in het veld, blijken er een paar een nieuw bestaan als hek te hebben gevonden.
Het blijft ook maar voortleven, dat spoor.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s